Less is more

photo cecilia vissers

Cecilia Vissers (Beverwijk, 1964) maakt muur- en vloerbeelden van staal. Voor Vissers is dit onbuigzame materiaal van essentieel belang en een rode draad door heel haar oeuvre. Het karakter van platen warmgewalst staal, de specifieke tekening en het gewicht, betekenen voor haar dat wat voor een schilder de huid van op doek aangebrachte verf is. Cecilia Vissers is te  omschrijven als een beeldhouwer ‘pur sang’, die als het ware schildert met staal. Ze creёert landschappen en stillevens met eenvoudige composities, waarin krachtige lijnen en vormen, bloemen, wolken, vlinders, bergen, sterren en een horizon laten ontwaren. Exemplarisch hiervoor zijn werken als ‘Een wolk van staal’, ‘Orange Tide 1’ en ‘Sound of Canna’. De muurbeelden zijn puristisch en minimaal van aard. Het adagium van de modernistische architecten uit het begin van de 20ste eeuw, ‘less is more’ zou een goed begrip zijn om deze te karakteriseren.

Cecilia Vissers streeft bewust en steeds meer naar geconcentreerde en ongecompliceerde constructies die werken

als tekens aan de wand, haast als symbolen voor haar fascinatie voor de elementen, aarde, water, vuur en lucht.

Hierin ligt de betekenis van haar beelden besloten. Zij verbeeldt dit in werken die steeds monumentaler en

grootser worden, maar weet dit ook treffend tot stand te brengen in de intimiteit en geconcentreerdheid van de

kleine beelden. Een excellent voorbeeld is het intens diepe, alles absorberende zwart van het werk ‘Medardus’,

dat een sterke meditatieve werking heeft.

Vissers heeft zich in de laatste jaren aan de buitenwereld vooral in de hoedanigheid van beeldhouwer gemanifesteerd. Naast de werken in staal heeft zij een nadrukkelijke belangstelling voor tweedimensionaal werk op papier. Tekenen en grafiek hebben altijd haar belangstelling gehad, maar in het oudere werk bestond er een zekere afstand tussen het platte en het ruimtelijke werk. De tekeningen dienden meer als voorstudies en schetsen. In het recente werk zijn er aanwijsbare kruisbestuivingen, waarbij de ene wereld de andere voedt. De gescheurde en gevouwen modellen en mallen, meestal bestaande uit twee lagen dik papier en bewerkt met zwarte inkt, hebben een autonome status gekregen en geven inzicht in de ambachtelijke werkwijze van de kunstenaar. Evident is dat de inkttekeningen voortkomen uit sterk sculpturaal denken. In de werken op papier legt Vissers de nadruk op volume en massa, typische kernbegrippen uit de traditionele beeldhouwkunst. De tekeningen zijn niet meer dan gestileerde, platte vertalingen van de ruimtelijke werken.

Cecilia Vissers wordt in haar werk gedreven door kracht, ritme, herhaling, patroon. De logica wordt regelmatig uitgedaagd in schijnbaar onbuigzame materialen en onwrikbare vormen. De plaatstalen beelden zijn uitgevoerd in 8mm staal en hebben een gewicht tot wel 200kg. Hierin brengt zij slechts een of enkele minimale zaagsneden aan, die voldoende zijn om een helder en geconcentreerd beeld op te leveren. Vissers onderzoekt de ruimte en experimenteert met formaat en zwaartekracht. Een intense bezieling met het ambacht en een doorwrochte obsessie met het materiaal leiden tot steeds grotere beelden die letterlijk en figuurlijk de ruimte innemen. De wandbeelden nemen namelijk niet alleen een muurvullend volume aan, de diepzwarte kleur absorbeert de ruimte ook, of reflecteert deze door een gloeiend oranje kleur. Ze gaat steeds opnieuw, keer op keer volhardend de uitdaging aan met de warmgewalste strippen staal. De bewerking is synoniem voor noeste, fysiek zware arbeid. Vissers streeft ernaar die minimale ingreep, die zaagsnede te krijgen die zich in het hoofd en hart heeft vastgezet. Dit is kenmerkend voor de manier waarop Cecilia Vissers werkt: hoofd en hart, ratio en emotie wisselen elkaar af. Ze laveert tussen systematische aanpak en intuïtieve benadering. Dit verbeeldt zich in eerste instantie in strenge wand- en vloerbeelden. De strengheid wordt veroorzaakt door de overtuigingskracht en grootsheid van de strakke, geometrische vormen. De monumentaliteit van een werk als ‘Follow the river’ is niet mis te verstaan en dit wordt bekrachtigd door het materiaal. Maar nadere beschouwing laat juist organische vormen zien, simpel gevonden in spiralen, krullen en rondingen. Gesneden in vileine lijnen verzachten ze de aard van het werk.

In vormentaal is Vissers wellicht schatplichtig aan de minimal art van de jaren ’60 en ’70, maar inhoudelijk gezien is haar werk poёtisch en romantisch. Telkens weer zoekt zij naar het afbeelden van iets dat eigenlijk te abstract is om af te beelden, of zich verzet om afgebeeld te worden. Toch slaagt zij steeds in haar onverzettelijke poging om natuur en leven als bepalende onderwerpen in raadselachtige verbanden neer te zetten. In die gelaagdheid schuilt het wezen van haar werk. Een wereld van persoonlijke gevoelens en verlangens en universele verhalen, mythen en symbolen. De huid ademt leven en herinneringen opgedaan tijdens reizen en levenservaringen. Een vloeiende, grijs-blauwe structuur neemt bezit van het oppervlak en neemt het geestesoog mee naar andere oorden. Fantasieёn en dromen doemen op in uitwaaierende structuren. Landschappen, golven en windvlagen nemen bezit van het verhaal. Wat is er achter de horizon? Wat gaat er schuil, wat ligt er verborgen? Alleen door aandachtig te observeren krijgt men vat op de verschillende betekenislagen van het werk. Vissers dwingt door haar manier van werken vertraging af. Het is een poging om tijd en beweging stil te zetten, om toegang te krijgen tot een andere werkelijkheid.

Cecilia Vissers brengt het verhevene daar waar het zich ook feitelijk bevindt; in de blik van de beschouwer, in de beleving van de passant. Haar beelden zijn geen illustratie van het sublieme, maar een evocatie van het gevoel dat een overweldigende natuur oproept. Dit wordt door haar vastgelegd in het verwachtingsvolle moment van opdoemen of verdwijnen, belofte of verlies.

 

Tekst: Netty van de Kamp, kunsthistoricus, catalogus 'Canna' Cecilia Vissers, 2009